Blog

Gebruiksgemak is mooi, maar wat doet dat met onze kennis?

Technologie wordt steeds gemakkelijker. We zijn niet anders gewend dan te klikken, aan te raken en te ‘swipen’. En met slimme digitale assistenten zoals Apples Siri en Microsofts Cortana hoeven we onze wensen en opdrachten zelfs alleen nog maar uit te spreken. Er zijn natuurlijk nog wel verschillen in de bediening van bijvoorbeeld iOS en Android, maar wie bekend is met het ene systeem, komt meestal ook wel vrij snel uit het andere.

 

Leve de eenvoud en het gemak dus, zou je denken. Maar er is een keerzijde. In juni van dit jaar verscheen op IDG WebWereld een opmerkelijk artikel, met de titel ‘Jonge werknemers snappen niets meer van technologie’. Dit ging over een Amerikaans onderzoek naar de technische vaardigheden van millennials (mensen geboren tussen 1980 en 2000, ook wel ‘Generation Y’ genoemd). Deze mensen, die inmiddels zijn opgegroeid tot jonge professionals, blijken het niet zo best te doen in tests waarin wordt gekeken naar de kennis en het gebruik van technologie. Ze zijn weliswaar groot geworden met internet, mobiele telefoons en andere apparaten, maar hebben daarbij weinig geleerd over hoe die technologie nu eigenlijk werkt. De vraag is dan natuurlijk: is dat een probleem? Een groot deel van de groep die de millennials voorging, mensen die nu tussen de 35 en 65 jaar oud zijn, weet immers vaak ook niet al te veel over de werking van computers en apparaten. Een belangrijk verschil is dat de jonge professionals van nu veel meer kennis nodig zullen hebben voor hun verdere carrière dan die oudere generatie. Als die kennis ontbreekt, is dat een probleem. Niet alleen voor henzelf, maar ook voor de concurrentiepositie van bedrijven – die nu al schreeuwen om technisch personeel – en uiteindelijk mogelijk zelfs voor de economische positie van ons land.

 

Recente onderzoeken duiden er op dat de aard van het werk de komende jaren zal verschuiven naar banen die vragen om meer technisch inzicht en vaardigheden. De verwachting is dat steeds meer routinematige en administratieve taken zullen worden overgenomen door geautomatiseerde processen en robots. Maar er ontstaan ook nieuwe soorten banen, juist ook weer dankzij die technologie. Denk aan ontwikkelaars en architecten van al die geautomatiseerde processen, maar ook aan beveiligingsspecialisten, big data analisten, Internet of Things-experts en – jawel – robotmonteurs. Het artikel ‘Beyond Automation’ op Harvard Business Review gaat op deze ontwikkeling in. De conclusie van de auteurs (Thomas H. Davenport, professor aan het Babson College en research fellow bij MIT Center for Digital Business, en Julia Kirby, redacteur voor HBR) is dat we niet bang moeten zijn dat robots onze banen overnemen, maar juist moeten kijken welke nieuwe mogelijkheden technologie ons biedt en hoe we deze kunnen inzetten om ons te helpen bij onze arbeid.

 

Maar die nieuwe soorten banen vragen om meer dan alleen het vermogen om hier en daar in een venster te klikken of te swipen op een aanraakscherm. Achtergrondkennis en inzicht in de technologische mogelijkheden bieden je de mogelijkheid om net een stap verder te gaan en meer waarde te bieden. Zelf merk ik bijvoorbeeld dat ik dankzij mijn technische kennis (en ik ben zeker geen ingenieur of programmeur) ontwikkelingen, nieuwe toepassingen en innovaties veel beter in perspectief kan zetten. En daarmee mijn klanten beter kan adviseren.

 

Hoe zorgen we er nu voor dat die millennials – en de jonge professionals die na hen komen – meer te weten komen over de technologie achter al dat gebruiksgemak? Daar zullen vooral de overheid en de onderwijsinstellingen voor moeten zorgen. Zij moeten beter inschatten welke vaardigheden er over 5, 10, 20 jaar nodig zijn op de arbeidsmarkt en het curriculum daarop afstemmen. Er zijn ook al projecten om meisjes te interesseren voor technologie, maar dat zou veel breder moeten gebeuren. En ook voor de media lijkt een rol weggelegd. Waarom zijn bijvoorbeeld nauwelijks goede Nederlands TV-programma’s over innovatie en technologie? RTL Z is inmiddels gestart met Bright TV. Een positieve stap, maar er is meer nodig. Want anders is Nederland straks zijn leidende positie in Europa op het gebied van technologie kwijt.

 

Arnout Lansberg, senior consultant Check Twice

This entry was posted in blog. Bookmark the permalink.